Vrije Universiteit Brussel


Nederlandse taalkunde II

Prof. dr. Rik Vosters
Assistente Ester Magis
Paperbegeleiding Jill Puttaert

Praktisch

Dit opleidingsonderdeel met studiegidsnummer 1002104BNR wordt aangeboden in:

  • de bacheloropleiding Taal- en Letterkunde (BA2)
  • het schakelprogramma tot de master in de Taal- en Letterkunde
  • het voorbereidingsprogramma tot de master in de Taal- en Letterkunde

Het college omhelst:

  • 26 contacturen hoorcollege (HOC), gedoceerd door prof. dr. Rik Vosters
  • 26 contacturen werkcollege en paperbegeleiding (WPO),
    onder begeleiding van mevr. Ester Magis en mevr. Jill Puttaert
  • 19 contacturen zelfwerk en zelfstudie (ZELF)
  • 6 studiepunten als equivalent van ca. 180 uur studietijd

Het college vindt plaats in het 1ste semester, met als voorlopig collegerooster:

  • hoorcolleges: dinsdag 16-18 uur (lokaal D.2.14, onder voorbehoud van wijziging)
  • werkcolleges: maandag 16-18 uur (lokaal D.2.14, onder voorbehoud van wijziging)

Opgelet: tijdens de laatste week vindt het HOC (vragensessie en examenvoorbereiding) op maandag plaats, en het WPO (papersessie: resultaten voorstellen) op dinsdag. Zie de gedetailleerde collegeplanning in sectie 1.8 hieronder.
De lokalen waar de colleges plaatsvinden worden onder voorbehoud van laattijdige wijzigingen meegegeven. Voor de meest actuele collegeroosters kan je terecht op:

Korte inhoud

Dit studiedeel bouwt voort op Nederlandse taalkunde I, waarbij de focus van klanken en woorden wordt verlegd naar woorden en zinnen. Concreet biedt het college een inleiding in de woordleer, flexionele morfologie, zinsleer en syntaxis van het Nederlands.
In een eerste deel wordt er uitvoerig ingegaan op de zinsleer vanuit een structuralistisch perspectief, en worden de buitenbouw en syntactische functies van zinsdelen binnen enkelvoudige en samengestelde zinnen in detail besproken (o.a. zinsrelator, subject, objecten, gezegdes, complementen, satellieten, modificeerders).

In een tweede deel wordt er stilgestaan bij de woordleer en de binnenbouw van de bijhorende zinscomponenten: de woordsoorten van het Nederlands en hun functies als onderdeel van diverse soorten constituenten. We besteden hierbij bijzondere aandacht aan de flexionele eigenschappen van nomina, adjectieven en verba, en benadrukken gaandeweg ook de kruisverbanden tussen morfologie, syntaxis en semantiek.

In een derde deel worden ook diverse woordvolgordeverschijnselen in het Nederlands onder de loep genomen: we bespreken volgorde van subjecten, verba en objecten in diverse hoofd- en bijzintypes, en bieden een taaltypologisch overzicht van de Nederlandse zinsbouw in termen van polen en velden. Bovendien wordt de besproken inleiding tot de zinsleer ook uitgebreid naar samengestelde zinnen.

De behandelde theoretische concepten worden tijdens de bijhorende werkcolleges vertaald naar de praktijk, waarbij de belangrijkste aangereikte concepten worden ingeoefend aan de hand van praktische oefeningen in de woord- en zinsleer.Tot slot worden de studenten voor dit studiedeel ook geacht om een wetenschappelijke paper te schrijven. Dit werk omvat een literatuurstudie van een zelfgekozen taalkundig onderwerp, aangevuld met een bescheiden empirisch onderzoek. Mogelijke onderwerpen kunnen aansluiten bij de behandelde thema’s in de colleges Nederlandse taalkunde I, Nederlandse taalkunde II of Inleiding tot de variatielinguïstiek. Een deel van de (werk)colleges wordt ingevuld met een klassikale voorbereiding op deze wetenschappelijke studie.

Weekplanning

Deze informatie wordt onder voorbehoud aangeboden en zal waarschijnlijk tijdens het semester nog gewijzigd worden. Ook de opgegeven thema’s en hoofdstukken in de handboeken zijn indicatief en kunnen nog gewijzigd worden.

Bijgewerkt op: 11/16/2016.

di. 4 okt.

PAPER 1

Papersessie: opzet en verwachtingen
(Jill Puttaert)

Slides

ma. 10 okt.

HOC 1a

Inleiding: praktisch
Inleiding: theoretisch
(Rik Vosters)

VDW: hss. 1-2

di. 11 okt.

HOC 1b

Niveautoets
(Rik Vosters)

 

ZELF

Zelfstudie:
Theorie en oefeningen woordsoorten

Hand-outs

ma. 17 okt.

geen college

 

di. 18 okt.

HOC 2

Buitenbouw I: Zinsrelator, subject, perspectiefomkering
(Rik Vosters)

VDW: hss. 3-5

ma. 24 okt.

WPO 1

Buitenbouw I
(Ester Magis)

Oefeningen

di. 25 okt.

HOC 3

Buitenbouw II: Nominale en prepositionele objecten
(Rik Vosters)

VDW: hss. 6-7

ma. 31 okt.

WPO 2

Buitenbouw II
(Ester Magis)

Oefeningen

di. 1 nov.

 

(geen college - lesvrije dag)

 

ma. 7 nov.

PAPER 2

Papersessie: Onderzoeksplan voorstellen (*)
(Jill Puttaert)

(eigen voorbereiding)

di. 8 nov.

HOC 4

Buitenbouw III: Gezegdes en complementen
(Rik Vosters)

VDW: hss. 8-10

ma. 14 nov.

WPO 3

Buitenbouw III
(Ester Magis)

Oefeningen

di. 15 nov.

HOC 5

Buitenbouw IV: Satellieten en modificeerders
(Rik Vosters)

VDW: hss. 11-13

ma. 21 nov.

WPO 4

Buitenbouw IV
(Ester Magis)

Oefeningen

di. 22 nov.

HOC 6

Binnenbouw I: Woordsoorten, flexie en constituenten (a)
(Rik Vosters)

B&VS: hs. 4
VDW: hss. 14-18

ma. 28 nov.

PAPER 3

Papersessie: Verwerking resultaten
(Jill Puttaert)

Slides

woe. 23 nov. (!)
10-12 uur
GASTCOLLEGE

Gastcollege: Afrikaans (Jana Peeters)
lokaal E.2.04 (!)

Lokaal E.2.04

ma. 28 nov.

PAPER 3

Papersessie: Verwerking resultaten
(Jill Puttaert)

Slides

di. 29 nov.

HOC 7

Binnenbouw II: Woordsoorten, flexie en constituenten (b)
(Rik Vosters)

B&VS: hs. 4
VDW: hss. 14-18

ma. 5 dec.

WPO 5

Binnenbouw I en II
(Ester Magis)

Oefeningen

di. 6 dec.

HOC 8

Samengestelde zinnen: Capita selecta
(Rik Vosters)

VDW: hss. 23-27, 30, 35

ma. 12 dec.

WPO 6

Samengestelde zinnen
(Ester Magis)

Oefeningen

di. 13 dec.

HOC 9

Woordvolgorde: Capita selecta
(Rik Vosters)

VDW: hss. 19-22

 

ZELF

Zelfstudie:
Oefeningen woordvolgorde

Oefeningen

ma. 19 dec.

HOC 10

Herhaling en proefexamen
(Rik Vosters)

Hand-outs

di. 20 dec.

PAPER 4

Papersessie: Resultaten voorstellen (*)
(Jill Puttaert)

(eigen voorbereiding)

 

Voor papersessies 2 en 4 (*) worden studenten verwacht hun eigen onderzoeksplannen en voorlopige resultaten voor te stellen.

Leerdoelstellingen

  1. De studenten kunnen basisbegrippen uit de woord- en zinsleer herkennen, definiëren en illustreren aan de hand van in de les of in de literatuur behandelde voorbeelden.
    [Dublin-descriptor nvao: kennis en inzicht]
  2. De studenten kunnen zelfstandig diverse soorten (morfo)syntactische analyse van woordsoorten en functies van ongeziene enkelvoudige en samengestelde zinnen uitvoeren, en de behandelde theoretische materie zo toepassen op authentiek taalmateriaal.
    [Dublin-descriptor nvao: kennis en inzicht]
  3. De studenten doen de nodige vaardigheden op om zelfstandige basis geziene en ongeziene zinnen vanuit morfologisch en syntactisch oogpunt adequaat te beschrijven en analyseren.
    [Dublin-descriptor nvao: leervaardigheden]
  4. De studenten zijn in staat om onder begeleiding een bescheiden literatuur- en empirisch onderzoek over een taalkundig onderwerp naar keuze op te zetten en uit te voeren.
    [Dublin-descriptoren nvao: toepassen kennis en inzicht, oordeelsvorming]
  5. De studenten kunnen met een wetenschappelijke paper in geschreven Standaardnederlands rapporteren over hun inzichten, gebruik maken van het gepaste wetenschappelijke register en met een accuraat gebruik van de aangeleerde vakterminologie.
    [Dublin-descriptor nvao: communicatie]

Studiemateriaal

Hand-outs, slides en oefeningen uit de lessen vormen het hoofdbestanddeel van het verplichte studiemateriaal, aangevuld met uitvoerige eigen notities bij de colleges door de studenten zelf.

Oefeningen en samenvattende slides worden gebundeld in een syllabus, maar kunnen met digitaal studiemateriaal worden aangevuld.

Verder kunnen de studenten voor aanvullende informatie en hulp bij het instuderen van de aangereikte concepten terugvallen op de relevante hoofdstukken in:

  • Vandeweghe, W. (2013), Grammatica van de Nederlandse zin (8ste of meest recente editie). Antwerpen/Apeldoorn: Garant. [VDW]

Studenten kunnen zich een kopie van dit werk aanschaffen via de VUB-tiek (http://my.vub.ac.be/boeken-en-cursussen).

Het onderdeel over woordleer en flexionele morfologie is gebaseerd op hoofdstuk 4 (‘Flexie’) van:

  • Booij, G. & A. van Santen (1998), Morfologie. De woordstructuur van het Nederlands (2de of meest recente editie). Amsterdam: Amsterdam University Press. [B&VS]

Typ- of andere fouten in de slides of het lesmateriaal mogen steeds gemeld worden via:

Evaluatie en assessment

De evaluatie bestaat uit de volgende drie onderdelen:

  • Schriftelijk examen (60% van het eindcijfer)
  • Paper: taalkundige studie (40% van het eindcijfer)

Het schriftelijk examen bestaat uit een theoretisch (leerdoelstelling 1) en een oefeningenluik (leerdoelstellingen 2, 3), voortbouwend op wat behandeld werd in respectievelijk de hoor- en werkcolleges.

De paper geldt als een eerste proeve van empirisch wetenschappelijk onderzoek en schrijven over een taalkundig onderwerp (leerdoelstellingen 4 en 5). De studenten presenteren in de loop van het semester de voorlopige stand van zaken over hun onderzoek. Nadere instructies over deze opdracht worden in de loop van het semester bekendgemaakt (cf. deel 2 van deze syllabus).

Studenten kunnen enkel slagen voor het opleidingsonderdeel als geheel, als ze voor elk van de aparte evaluatieonderdelen minimaal een deelcijfer van 8/20 hebben behaald. Als ze voor één van de aparte evaluatieonderdelen minder dan 8/20 hebben gescoord, kan het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel als geheel maximaal 9/20 bedragen. Indien studenten niet aan elk van de aparte evaluatieonderdelen deelnemen, zal het eindcijfer voor het opleidingsonderdeel als geheel een afwezigheidscijfer zijn.

Deelcijfers kunnen op uitdrukkelijke schriftelijke vraag van de student worden overgeschreven naar een latere zittijd binnen hetzelfde academiejaar. Late indieningen van opdrachten, taken of papers worden tot 48 uur na de in het college opgegeven deadline aanvaard. Voor een indiening tot 24 uur na de deadline wordt het behaalde deelcijfer met 15% verminderd, en voor een indiening tussen 24 en 48 uur na de deadline wordt het behaalde deelcijfer met 30% verminderd. Indieningen die meer dan 48 uur na de deadline worden ontvangen, worden niet gequoteerd en worden als afwezigheidscijfers ingevoerd. Alle in de loop van het semester opgegeven deadlines gelden zowel voor digitale als voor papieren indieningen.

Contact en vragen

Prof. Vosters

  • Geen vast spreekuur:
    steeds na afspraak via http://www.rikvosters.be/afspraak.
  • kantoor B.5.445
  • Rik.Vosters@vub.ac.be
    (Enkel korte ja/nee-vragen per e-mail)

Ester Magis

  • Geen vast spreekuur:
    steeds na afspraak per e-mail.
  • kantoor B.5.453
  • Ester.Magis@vub.ac.be
    (Enkel korte ja/nee-vragen per e-mail)

Jill Puttaert

  • Geen vast spreekuur:
    steeds na afspraak per e-mail.
  • kantoor B.5.451
  • jputtaer@vub.ac.be
    (Enkel korte ja/nee-vragen per e-mail)

Blokpermanentie en examenfeedback:

  • op diverse dagen tijdens de blok- en examenperiode,
    evenals tijdens de lesvrije week en het begin van het tweede semester
  • enkel na afspraak: aanmelden via www.rikvosters.be/afspraak
Let op: niet beschikbaar voor vragen, e-mails of afspraken van 24 december tot 8 januari.

Laatst bijgewerkt op 16.11.2016.

Top of page

Rik Vosters
Vrije Universiteit Brussel • Faculteit Letteren en Wijsbegeerte • Pleinlaan 2 • 1050 Brussel • Belgium
Tel.: 02 629.27.73 • Fax: 02 629.36.84 • Rik.Vosters@vub.ac.be